Lutheranen in het Noorden

De Zwaan

zwaan

De Zwaan: Een luthers symbool

De zwaan is in het Nederlandse lutheranisme een geliefd symbool. U kunt dus de zwaan in velerlei vormen in of bij een lutherse kerk aantreffen: in gevels, als windwijzer, op gemeentezegels, op de lezenaar, op het doopgerei of avondmaalsgerei, aan orgels enz. J. K. Schendelaar heeft in zijn boek ‘Luther, de Lutheranen en de zwaan’ getracht een inventarisatie hiervan te maken[1]

Wat heeft nu de zwaan met het lutheranisme te maken en hoe komt het dat de zwaan zo een geliefd symbool in de het Nederlands lutheranisme is geworden. Het gebruik van de zwaan als ‘logo’ voor het lutheranisme is gebaseerd op een legende.

De legende

Het symbool van de zwaan gaat terug op de legende dat de Boeheemse hervor­mer Johannes Hus, toen hij 1415 in Konstanz kort voor de voltrekking van de doodstraf op de brandstapel, zou heb­ben geprofeteerd: ‘Nu verbrandt gij een gans (Hus is het Tsjechische woord voor gans), maar na mij zal over honderd jaar een zwaan ver­rei­zen die zult gij niet kunnen braden en die zal mijn werk voortzetten.’[2]

Deze profetie zag men in Luther vervuld waardoor de zwaan een symbool werd voor Luther en de hervorming.

De historische feiten omtrent deze legende

Bezien we nu de historische feiten van deze legende. “Johannes Hus was een Tsjechisch theoloog, die, evenals Luther, fel protesteerde tegen de gang van zaken binnen de rooms-katholieke kerk, maar wel honderd jaar eerder. Hij stond sterk onder invloed van John Wycliff, de Engelse kerkhervormer.”[3]
Hus werd 1370 geboren. Toen hij op 6 juli 1415 tot de brandstapel werd veroordeeld werd het oordeel dezelfde dag nog voltrokken.

Er is niets uit die tijd zelf bekend over uitspraken die Hus op weg naar of op de brandstapel zou hebben uitgesproken. Wel spreekt Hus in de brieven die hij vanuit de gevangenschap aan zijn vrienden in Praag schreef, over zichzelf als een zwakke, tamme gans en hoopt hij op andere vogels die hoger kunnen vliegen, zoals valken en adelaars die zijn werk zullen voortzetten. Dus Hus zelf gebruikte al het beeld van de gans als een woordspeling op zijn naam. Want inderdaad betekent hus in het Tsjechisch ‘gans’. En Hus spreekt ook zelf van krachtigere vogels, als valken en adelaars die na hem komen en zijn werk zullen voortzetten. Maar van een zwaan is hier geen sprake. Niet Hus zelf maar een geestverwant van hem, Hieronymus van Praag, sprak tijdens zijn terechtstelling de bede aan God uit dat de rechters die hem nu hebben veroordeeld over 100 jaar zich bij hem moeten verantwoorden. Hier komt voor het eerst de in de legende genoemde 100 jaar voor.

Het is een honderd jaar later dat Luther zelf zich in verband brengt met de voorspelling van deze vroegere hervormer. Luther schrijft in 1531: “Sint Johannes Hus heeft, toen hij uit de gevangenis naar het Boheemse land schreef, over mij voorspeld: gij zult nu een gans braden (want Hus betekent gans), maar over honderd jaar zult gij een zwaan horen zingen, die zult gij moeten verdragen. Daar zal het ook bij blijven, zo God wil”.[4]

Luther is het dus zelf die voor het eerst over een zwaan begint in verbinding met de gans die naar Hus verwijst.

Waarom Luther het beeld van de zwaan gebruikte en niet b.v. van de adelaar is moeilijk te achterhalen. Waarschijnlijk sprak de combinatie gans – zwaan hem aan. Ook speelt misschien voor Luther, die zelf de muziek haast even belangrijk als de theologie achtte, mede een rol dat de zwaan als een muzikale vogel werd gezien.

Luther heeft in zijn contacten met de navolgers van Hus opgemerkt dat zij in hem de voorspelling van Hus vervuld zagen. De kring van medestanders rondom Luther en Luther zelf hebben die gedachte overgenomen en verder uitgedragen.

Zo heeft Luther met het beeld van de zwaan die als grotere vogel de gans opvolgt zichzelf in een lijn geplaatst met de hervormingsbeweging van Hus honderd jaar eerder en Luther heeft zelf hiervoor als vogel de zwaan gekozen.[5]

De zwaan een geliefd symbool in Nederland (en in Oost-Friesland en Oldenburg)

Hoewel men ook in andere landen deze legende kende en soms Luther met een zwaan op schilderijen en prenten afbeeldde is alleen in Nederland de zwaan tot zo een geliefd en populair symbool van het lutheranisme geworden. Zo populair dat de zwaan het andere wereldwijd bekende lutherse symbool, de Lutherroos, naar de tweede plaats verwijst. We hebben hier dus met iets eigens van het Nederlands lutheranisme te maken.

Buiten Nederland is alleen in Oost-Friesland en in Noord Oldenburg de zwaan eveneens populair b.v. als windvaan op kerktorens. Dit zou verband kunnen houden met de nauwe culturele banden tussen deze gebieden en Nederland.

Als redenen voor de populariteit van de zwaan als symbool wordt genoemd dat over de zwaan in de culturele beeldvorming positief gedacht wordt. De zwaan wordt o.a. in verband gebracht met reinheid, liefde en trouw. Verder is de zwaan in deze regio, Nederland en Oost-Friesland, een bekende wintergast in de laaggelegen streken en overstromingsgebieden.

Maar het belangrijkste is nog steeds de legende die de zwaan bij uitstek tot een luthers symbool maakte. Misschien kent u dit rijmpje:

De Gereformeerden hebben een haantje,
De Luthersen hebben een zwaantje,
De Roomsen hebben een kruisje,
En de Mennisten een houten huisje.[6]

Opvallend is namelijk dat de zwaan als luthers symbool juist daar in zwang komt waar het lutheranisme zich moest handhaven te midden van een gereformeerde (d.w.z. calvinistische) meerderheid. Daar juist kan de zwaan fungeren als een eenvoudig, mooi en herkenbaar onderscheidings­teken. Hoewel de zwaan als symbool in het Nederlands lutheranisme al eerder voorkwam heeft de bouw van de Ronde Lutherse Kerk in Amsterdam in 1672 met een zwaan als windwijzer duidelijk tot de verdere verspreiding van de zwaan onder de lutheranen in Nederland bijgedragen.

De zwaan als een sympathiek beeld en luthers herkenningsteken spreekt veel lutheranen aan. Zo vindt men niet alleen in de Lutherse kerken - net als in die van Groningen - een veelvuldig gebruik van dit symbool maar hebben sommige lutheranen ook thuis zwanen in de meest uiteenlopende vormen. Het symbool van de zwaan nodigt blijkbaar uit tot een ongelofelijke creativiteit aan manieren waarop de zwaan afgebeeld wordt. Zo blijft de zwaan een springlevend symbool en herkenningsteken van het lutheranisme in Nederland.

Susanne Freytag

(gebaseerd op J.K. Schendelaar: Luther, de Lutheranen en de Zwaan, Aalsmeer 1993)

 


[1] Hiervoor heeft de auteur een enquête onder de kerkenraden van de evangelisch-lutherse gemeenten gehouden. Wat de evangelisch-lutherse gemeente Groningen betreft wordt in het boek de zwaan op de gevel genoemd en gemeld dat er zwanen op een koperen lezenaar en een houten lezenaar te vinden zijn. Er zijn geen afbeeldingen hiervan in het boek opgenomen. Bij de opsomming van zwanen aan doopgerei en avondmaalsgerei ontbreekt een verwijzing naar Groningen. De kerkenraad was zich zo te zien bij het invullen van de enquête niet bewust van de afgebeelde zwanen op het eigen doop- en avondmaalgerei.

[2] J.K. Schendelaar, Luther, de Lutheranen en de Zwaan, Aalsmeer 1993, p. 14.

[3] Schendelaar, p. 16.

[4] WA deel 30, III, p. 387, regels 15-18, geciteerd naar Schendelaar p.20.

[5] Calvijn noch Zwingli hebben zich op deze manier met Hus verbonden.

[6] In Oost-Friesland is een vergelijkbaar rijmpje in het Plat-Duits bekend:
De Lutherschen hebbt ’n Schwoon,
De Katholschen hebbt ’n Hohn,
De Reformeerten hebbt ’n Schipp,
Do fohrt wi alle mit!
(Friedrich Goethe, Der Schwan auf Kirchen Ostfrieslands und Oldenburgs, Zeitschrift für Kultur, Wirtschaft und Verkehr, Leer 1971, p. 12)

De wereld is een als een dronken boer; tilt men hem aan de ene kant in het zadel, dan valt hij er aan de andere kant weer af.
Maarten Luther