Lutheranen in het Noorden

Standaard liturgie

Zo zijn onze manieren

- over de liturgie -

Wie een kerkdienst bijwoont, zal snel merken dat er regels en afspraken zijn gemaakt om een dienst ordelijk te laten verlopen. De organist weet wat te spelen en wanneer, de koster heeft de kaarsen op de altaartafel aangestoken. De voorganger zegt of zingt de geijkte woorden, de gemeente antwoordt in gesproken en gezongen woord. Voor wie dat vreemd is, is het goed je erin te verdiepen. Wie ergens interesse voor toont, gaat er dieper op in en dat geldt ook voor een kerkgemeenschap. Als gemeenschap moeten we er steeds weer van bewust blijven dat onze taal en onze manieren toegankelijk is en blijft. "Zo zijn onze manieren" is een zinsnede uit een kinderliedje. Wie mee wil doen, moet de manieren verstaan. Dit artikel beoogt in notendop enkele kernpunten uit de liturgie te belichten zoals we deze in de Evangelisch-Lutherse Gemeente gewend zijn te vieren. Eén ding vooraf: wie meent dat deze liturgie typisch luthers is, heeft het mis. De liturgie gaat terug op vormen uit de Middeleeuwen en deels op bijbelse elementen. De huidige vorm dateert van na de tweede Wereldoorlog en is dus vrij recent. In grote lijnen is deze liturgie de liturgie die in lutherse kerken over de hele wereld wordt gevierd, maar ook in verschillende hervormde gemeenten en gereformeerde kerken is een dergelijke liturgie aan te treffen.

In de samenkomst van de gemeente van de Heer Jezus Christus gebeuren twee dingen: verkondiging van het evangelie en bediening van de sacramenten doop en avondmaal. Dat is de opdracht van de Heer zelf. Beide hoofdzaken zijn verkondiging: het Woord hoorbaar en de sacramenten zichtbaar. De liturgie is opgebouwd uit elementen afkomstig uit de gebedsdienst uit de synagoge en de viering van het Heilig Avondmaal, zoals beschreven in het Nieuwe Testament. In de loop van de eeuwen is de liturgie met verschillende elementen uitgebreid.

De dienst wordt begonnen met "welkom en voorbereiding". Op deze manier wordt de overgang van het alledaagse naar het bijzondere gemarkeerd. Daarna volgt de ingangs- of introïtuspsalm. Deze psalm van de intocht dankt zijn naam aan de optocht die de voorgangers hielden in de vroege middeleeuwen. In bepaalde tijden van het kerkelijk jaar is de eerste psalm naamgever van de desbetreffende zondag. Het Kyrie en Gloria wordt in een adem gezongen. In het Kyrie brengen we voor God de nood van de wereld, alle nood en lijden die voor ons een obstakel vormen om de dienst te vieren leggen wij voor God neer. Het Gloria dat daarop volgt is geen radicale omslag; met de engelen van de kerstnacht zingen we God de eer toe. De voorganger en de gemeente begroeten elkaar over en weer. Dit gaat terug op bijbelse patronen. De bedoeling is door het uitspreken de rollen te verdelen en in het juiste kader te stellen. De voorganger stelt zich met "de Heer zij met u" voor als iemand die in dienst wil staan van God. Het antwoord van de gemeente "en met uwen geest" bevestigt dat de gemeente de voorganger deze rol toevertrouwt.

De overgang naar het woorddeel wordt gemarkeerd door het zondagsgebed. Dit gebed is passend bij de thematiek van de desbetreffende zondag. De schriftlezingen die hierna volgen, kunnen bestaan uit een lezing uit het Oude Testament, de Brieven en het Evangelie. Tussen de lezingen wordt gezongen als beaming en verkondiging door de gemeente. Het evangelie wordt ingeluid met een Psalmwoord en driemaal gezongen Halleluja. Het evangelie wordt besloten met "Lof zij u o Here". Als antwoord van de gemeente op het horen van het evangelie spreekt zij de geloofsbelijdenis uit. In de preek wordt de schrift uitgelegd en verkondigd. Een preek moet de hoorders helpen niet in het verleden te blijven steken, maar hen helpen te geloven in het hier en nu. Het gaat om de vertaalslag van toen naar het heden, waarin de bijbelse boodschap van belang is. Wie denkt dat de dienst valt of staat met de preek, heeft het mis. Ook in de gebeden en de liederen vinden we elementen terug die ons helpen in onze leefsituatie ons geloof levend te houden. Na de preek vindt de collecte plaats, deze positie in de liturgie is niet praktisch, maar essentieel. Als antwoord op de verkondiging deel je samen wat je hebt. In de vroege kerk werd met de opbrengst armen geholpen. Het gebed over de gaven bepaalt ons bij de aard van het geven, dat het waarachtig geven moet zijn. In de voorbeden worden namen en situaties genoemd van mensen die ons ter harte gaan. Gevoed door het Woord hebben deze gebeden een ander karakter. De voorbeden worden besloten met een stil gebed en het gezamenlijk bidden van het Onze Vader. Met de zegen wordt de dienst afgesloten. Zoals in het begin de dienst van het alledaagse naar het bijzondere gaat, wordt de gelovige uitgezonden het gewone leven weer in, gesterkt en gevoed door het levende Woord.

Op feestdagen en verder elke maand vieren wij het Heilig Avondmaal, waaraan iedereen deel kan nemen. We vieren dit als opdracht van Jezus Christus zelf en blijven daarbij zo dicht als mogelijk bij de woorden die Jezus zelf gezegd heeft. Deel hebben aan het lichaam en bloed van Jezus Christus betekent dat de volgelingen van Jezus deel zullen hebben aan zijn leven. Hij is de levengevende, zo zal hij herdacht worden. De opstanding uit de dood is een reddende actie geweest voor ons allemaal. Het leven in de diepte is geen leven, dat houdt geen macht meer over ons, zoals het over Jezus Christus geen macht heeft. Daarom geeft Jezus zichzelf als gastheer aan de maaltijd. Dit houdt in dat niemand tussen de avondmaalsganger en de Gastheer in kan staan. Luther heeft vastgehouden aan het mysterie dat plaats vindt bij het concrete delen. Het is een werkelijkheid die nooit helemaal te bevatten is. Er wordt in het avondmaal "een geheim gevierd". De beleving van het avondmaal kan zeer verschillend zijn, maar laat een aspect overheersen: de dankzegging. Met de kinderen in de kring die "het brood uit de hemel" en "de wijn van het koninkrijk" aangezegd krijgen, wordt het een feestelijk gebeuren.

Wie verder wil lezen:

Drie keer drie is negen, J.P. Boendermaker, ’s Gravenhage, 1989

Witte zwanen, bij ons wordt geleerd. Catechetische Commissie Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden, 1985.

De weg van de liturgie. Tradities, achtergronden, praktijk. P. Oskamp en N. Schuman, Zoetermeer 1998.

ds. Alida Groeneveld, (bewerkt door ds. Susanne Freytag)

De wereld is een als een dronken boer; tilt men hem aan de ene kant in het zadel, dan valt hij er aan de andere kant weer af.
Maarten Luther